De invloed van antieke religie en filosofie op het christendom

De Jezus-beweging was een Joodse Torah-houdende gemeenschap met wortels in de Esseense en/of Zelotische beweging. Na Jezus’ dood ging de beweging verder op die weg. “Apostelen” (letterlijk: gezondenen of afgevaardigden) begonnen met de verspreiding van de beweging in de Joodse gemeenschappen in hellenistische steden. Deze beweging was nog voluit Joods.

De “orthodoxe” leer binnen het christendom die wij nu kennen, ontstond pas later, door beïnvloeding en samensmelting met het Griekse religieus-filosofische gedachtegoed, de daaraan verwante Joods-hellenistisch e mystiek en diverse mysteriereligies . Daarin had de apostel Paulus – of in ieder geval de “brieven” die aan hem worden toegeschreven – een bijzondere rol. Ook uit andere oude religies zijn waarschijnlijk beelden overgenomen.

Op deze pagina kijken we naar de duidelijke overeenkomsten tussen enerzijds de latere christelijke leer en anderzijds de vroegere en gelijktijdige religies die de christelijke leer hebben beïnvloed. Bijzondere aandacht hebben we daarbij voor de Griekse filosofie en religie die een grote invloed heeft gehad op het denken van Paulus en latere theologen.

Het wereldbeeld van de Griekse religie

De meeste oude religies in het gebied rond de middellandse zee waren oorspronkelijk systemen van hiërarchieën van goden en tussenpersonen tussen goden, mensen en voorouders. De kern van deze religies was dat ieder zijn plaats had in het geheel en die plaats moest kennen. Dit gold voor een groot deel ook voor de Joodse religie, hoewel die zich – onder invloed van het Zoroastrisme – ontwikkelde tot een monotheïstische religie en het “kwaad” een eigen plek en zelfs personificatie kreeg.

Vanaf de 4e eeuw vC tot in de eerste eeuwen van onze jaartelling bloeiden in de hellenistische wereld, vooral in steden als Alexandrië, Antiochië en Efeze, religieuze en filosofische bewegingen die elementen van het Platonisme en Joodse, Egyptische en oosterse mystiek en religie combineerden.

Deze denkbeelden oefenden een diepe invloed uit op de vorming van christelijke theologie, mystiek en kosmologie.

Het Hermetisme

In Alexandrië (Egypte) ontstond het hermetisme: een filosofisch-mystieke stroming die Egyptische religie, Griekse filosofie en Joodse religie en mystiek samenbracht. De “Hermetische” geschriften of “Hermetica” heten zo omdat ze werden toegeschreven aan Hermes Trismegistus, een mythische figuur die de Griekse Hermes en de Egyptische Thoth (of: Tat) verenigde: boodschapper, wijze en bemiddelaar tussen mens en goden. Het Hermetisme is ontstaan in de tijd vóór het christendom. De meeste Hermetische teksten zijn geschreven in de 2e en 3e eeuw nC, maar sommige zijn mogelijk al in de 1e eeuw vC geschreven 1.

De Hermetische teksten bestaan uit dialogen tussen Hermes en zijn leerlingen en behandelen de schepping van de wereld, de aard van de ziel en de weg tot verlossing door kennis, de gnosis. Het hermetisme zag de kosmos niet als kwaad, maar als een levende emanatie van het goddelijke, waarin alles bezield is door één goddelijke Geest. De mens weerspiegelt deze goddelijke orde als microkosmos, en kan door inzicht en zuivering terugkeren tot de Ene bron.
In de hermetische geschriften gebeurt de inwijding niet, zoals in de mysteriereligies (zie onder) ritueel, maar innerlijk: door kennis van de goddelijke Geest stijgt de mens op uit de materie en wordt hij opnieuw ‘zoon van God’.

Teksten in het Nieuwe Testament, met name in de “brieven van Paulus”, hebben eenzelfde Alexandrijns wereldbeeld. Ik laat dat hieronder zien met een aantal voorbeelden.

Een kerntekst in het Corpus Hermeticum heet “Sleutel” en geeft een samenvatting van alle kernwoorden van het hermetische mysterie. In deze dialoog legt Hermes uit dat God de ene, onzichtbare bron van al het bestaande is: de oorsprong van de kosmos, die door Zijn Logos of Geest is geordend en bezield. Alles wat bestaat, is een emanatie van deze ene goddelijke Geest. De mens is daarin een bijzondere schepping: hij bevat in zichzelf een afspiegeling van de goddelijke orde. Door de afdaling van de ziel in het stoffelijke lichaam is de mens echter zijn ware oorsprong vergeten. Dat geldt nog niet voor het kind, dat nog niet van zijn ware Zelf vervreemd is geraakt.
De weg tot verlossing bestaat in het verkrijgen van gnosis: innerlijk inzicht in de eigen goddelijke natuur en in de eenheid van alles met God. Als de mens deze kennis terugkrijgt en de lichamelijke driften overstijgt, keert zijn ziel terug naar haar oorsprong: de wederkeer tot God, die de voltooiing van de schepping en het doel van de mens vormt.

Prof. R. van den Broek en prof. G. Quispel schrijven in hun commentaar hierop dat de overeenkomsten met het Nieuwe Testament opvallend zijn:

  • De verbondenheid van het kind met het goddelijke, zoals bij Jezus in Marcus 10:14–15 en Matteüs 18:10 waar Jezus zegt: “… dat ieder kind een engel heeft“,
  • vergoddelijking door aanschouwing, zoals in Johannes 17:21–23,
  • extase, zoals bij Paulus in 1 Korinthiërs 14:1–5 en 2 Korintiërs 12:2–4,
  • geestelijk lichaam, zoals bij Paulus in bijvoorbeeld 1 Korintiërs 15:42–44.

In de “brieven van Paulus” klinkt ook het idee door van een verborgen wijsheid, en een mystieke eenheid met God in Christus:

Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen.
Efeziërs 1:17-18

Het Hermetisme leert dat God alles is en in allen en alles is. Ook dit zien we bij Paulus en in het latere gnostische christendom (zie verder hieronder):

En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God alles en allen zal zijn.
1 Korinthiërs 15:28

Ik ben het Licht dat over hen allen straalt. Ik ben het Al en het Al is uit mij voortgekomen en het Al strekte zich naar mij uit.
Evangelie van Thomas, 77

In het Hermetisme is de Logos de “uitstraling” van de Ene, de Hoogste God, een directe manifestatie van de goddelijke essentie. Vergelijk dit met Hebreeën 1:

Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, en draagt alles door zijn machtige woord.
Hebreeën 1:3

In de “Sleutel”-tekst van het Corpus Hermeticum wordt het heelal gezien als een groot lichaam. De geest en de wereldziel zijn het hoofd, de aarde de voeten. Dit komt uit het Orfisme en Paulus (of degene die in naam van Paulus schrijft) verwerkt dit op zijn manier in de voorstelling dat de Kerk op aarde het lichaam is van de grote, kosmische Christus, die haar hoofd is:

En Hij heeft Hem (Christus) als hoofd gegeven boven het Al aan de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die het Al in alle dingen vervult.
Efeziërs 1:22,23

In de Hermetische tekst “Inzicht en waarneming” staat:

De godvruchtige mens verdraagt alles, daar hij de Gnosis ervaren heeft. Voor zo iemand is alles immers goed, ook als anderen het slecht vinden. Als hij belaagd wordt, maakt hij alles ten nutte van de Gnosis en zo is hij de enige die het kwade in het goede doet verkeren.

Vergelijk dit met Paulus:

De Geest helpt ons in onze zwakheid. […] En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.
Romeinen 8:26, 28

De Hermetische tekst zegt ook dat men tijdens dit leven uit het lichaam kan treden en God kan schouwen:

Want, mijn jongen, de ziel die de schoonheid van het Goede aanschouwd heeft, wordt daardoor vergoddelijkt, maar dat gebeurt alleen, wanneer de mens niet meer in het lichaam is.

Ook Paulus schrijft over zo’n ervaring:

Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd. Of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het.
2 Korinthiërs 12:2

Ook Paulus’ visie op de “opstanding” is verwant aan het wereldbeeld van het Hermetisme. De Sleutel-tekst zegt:

Maar de geest, van zijn sluiers, ziel en straal lichaam verlost en in wezen goddelijk, ontvangt een vurig (geestelijk) lichaam en doorloopt de hele ruimte; de ziel laat zij over aan het oordeel en de straf die zij verdient.

Paulus schrijft:

Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
1 Korinthiërs 15:44

Hetzelfde geldt voor de visie op “Geest” en “vlees”. In de tekst “De Geest die het Al doodringt” in het Corpus Hermeticus staat:

Want waar er ziel is, daar is ook Geest, zoals er ook ziel is, waar er leven is. Maar in de dieren is de ziel alleen maar leven zonder Geest. Want de Geest schenkt zijn weldaden alleen maar aan zielen van mensen: Hij bewerkt dat zij goed doen. In de dieren laat Hij het instinct van elk beest afzonderlijk de vrije loop. Maar Hij gaat in tegen de instincten die in de mensen tot uiting komen.

Paulus schrijft:

Want het vlees begeert tegen de Geest en de Geest en de Geest tegen het vlees.
Galaten 5:17

Ook over de kenbaarheid van God denken Joods-hellenisme, het Hermetisme en Paulus hetzelfde. Philo en de latere gnostici zeggen dat men kan weten dát God is, niet wát Hij is. De Hermetische tekst “De Geest die het Al doodringt” zegt:

Alleen God: Hij omvat en doordringt alles. Want Hij is pure straling en kracht. Daarom is het helemaal niet moeilijk op te merken, dat God er is. Als je Hem ook wilt schouwen, kijk dan eens naar de orde van de Kosmos en de doelmatigheid ervan.

Paulus schrijft:

Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.

De auteur van het Johannes-evangelie gebruikt ook joods-hellenistische ideeën die verwant zijn aan het Hermetisme (en de Gnostiek): de Logos (het Woord) die de wereld bezielt en waarin de mens het goddelijke licht kan herkennen. De Poimandres, de bekendste hermetische tekst, zegt:

De Geest, die het Leven en het Licht is, bracht door het Woord (Logos) een tweede Geest voort, die een vuur was […]. En uit het Licht en het Woord kwam voort de mens, een beeld van God, androgyn en leven brengend als zijn Vader.

De overeenkomsten met Johannes 1 zijn sterk:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. […] Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.
Johannes 1: 1-4, 14

Ook het denken over de “wedergeboorte” is vergelijkbaar. De Hermetische tekst “De geheime openbaring op de berg over de wedergeboorte en het gebod der geheimhouding” zegt:

Niemand kan verlost worden, tenzij hij opnieuw geboren wordt.

Van den Broek en Quispel schrijven hierover:

Deze verhandeling lijkt sterk op het Evangelie van Johannes in het Nieuwe Testament, zonder daardoor beïnvloed te zijn. De tekst over de wedergeboorte stemt overeen met het woord van Jezus tot Nicodemus in Johannes 3:5. Waarschijnlijk bestond dit logion (deze uitspraak) al en is de verhandeling bedoeld om dit toe te lichten. Hetzelfde kan het geval zijn met het gesprek tussen Jezus en Nicodemus over de wedergeboorte. De verhandelingen in dit trataat over de zin van de wedergeboorte veronderstellen, dat in de hermetische gemeente een soort van ‘bad der wedergeboorte’ als inwijdingsrite bestond. 2

Zo weerspiegelt het christendom van Paulus en “Johannes” bepaalde elementen die ook in het Hermetisme voorkomen. Het belangrijkste verschil tussen beide stromingen is de manier waarop de mens de eenheid met God kan herstellen. In het Hermetisme gebeurt dit door gnosis, dat wil zeggen: inzicht of directe kennis van God, die leidt tot een mystieke vereniging met het goddelijke. In de paulinische en johanneïsche traditie ligt de nadruk op pistis (geloof) als middel om een “geestelijk mens” te worden.
Hoewel “pistis” door Paulus en de auteur van het Johannesevangelie soms in de plaats van “gnosis” wordt gebruikt, zijn er ook teksten waarin zij naast elkaar gebruikt worden of in elkaars verlengde liggen:

Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.
Johannes 17:3

Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
1 Korintiërs 13:12

Het is waarschijnlijk dat zowel het Hermetisme als het vroege christendom putten uit gedeelde bronnen:

  • Midden-platonisme (o.a. de leer van de Logos en de ascentie van de ziel).
  • Joods-hellenistische mystiek (o.a. de stroming rond Philo van Alexandrië).
  • Religieuze symboliek van de mysterieculten (Orpheus, Dionysus, etc, zie hieronder).

Sommige onderzoekers, o.a. Roelof van den Broek, Gilles Quispel, André-Jean Festugière 3 en Garth Fowden 4. dateren delen van het Corpus Hermeticum in de eerste helft van de 1e eeuw n.Chr. Dat betekent dat er al een Egyptisch-Joods-hellenistische “gnosis” was vóór het christendom.

De Therapeutai

In mijn artikel over de Essenen schreef ik al over de groep die Philo de “Therapeutai” noemt, een ascetische gemeenschap in de buurt van Alexandrië. De beschrijving van Philo heeft veel overeenkomsten met zijn beschrijving van de Essenen in andere werken.

In By Light, Light: The Mystic Gospel of Hellenistic Judaism 5 en in zijn latere werk over Joodse symboliek zag E.R. Goodenough de Therapeuten niet als Essenen, maar als een groep die Joods ascetisme en mystiek (verwant aan de Essenen) combineerde met ideeën van Plato, Pythagoras en de stoïsche filosofen over de ziel en de goddelijke orde en met mystiek-symbolisch religieus denken dat verwant is aan de hermetische literatuur van dezelfde regio en tijd.

De visie van Goodenough werd uitgewerkt door onder andere A.J. Festugière en G. Fowden. Festugière toonde aan dat zowel de Hermetica als de geschriften van Philo van Alexandrië hetzelfde streven naar innerlijke zuivering en vereniging met de goddelijke Logos delen. Hetzelfde is herkenbaar in de paulinische mystiek en het Johannesevangelie. Fowden bouwde hierop voort en beschreef het Hermetisme als een brug tussen Grieks-platonisch denken en vroegchristelijke spiritualiteit, waarbij de Therapeutai, de Hermetici en de eerste christelijke gemeenten deel uitmaakten van één cultureel-religieus netwerk van zoekers naar gnosis. In dat licht kunnen de Therapeuten worden gezien als een “missing link” tussen Essenen en Hermetici, dus als een spirituele voorfase van het hellenistisch-christendom dat in Egypte en Klein-Azië tot bloei kwam.

De Gnostiek

Op dezelfde voedingsbodem groeide ook de Gnostiek. Platonische ideeën over de hoogste, onkenbare God en de afdaling van de ziel in het lichaam, vermengden zich al vóór onze jaartelling met Egyptische en Joodse mystiek, met onder andere het Hermetisme als voortvloeisel. Dit mystieke denken vermengde zich ook met Perzische (Zoroastrisme) en Egyptische religieuze ideeën over tussenwezens 6. Rond het einde van de 1e eeuw nC beginnen deze ideeën zich te organiseren tot mythen: verhalen over emanaties, de val van de Sophia, de schepping door een lagere god, en de terugkeer van het goddelijke Licht.

Waar het hermetisme de wereld als een bezielde emanatie (“uitstraling” of “afvloeiing”) van God zag, beschouwde de gnostiek de materie als het werk van een lagere schepper, de Demiurg, waarvan de mens slechts door kennis (gnosis) bevrijd kon worden. In de Gnostiek groeide dus een dualistisch wereldbeeld waarin de huidige wereld en het lichamelijke leven van de mens als negatief wordt gezien, geregeerd door “demonen”: de wereld is vol van ziekte, lijden, ongerechtigheid en kwaad / zonde. Het doel van religie wordt het bieden van een ontsnapping of bevrijding uit het huidige leven en een redding van (de demonen van) deze wereld.

In de Gnostiek zijn de kernvragen daarom:

  • Waarvan word je gered?
  • Door wat of wie word je gered? (geheime kennis, rituelen, een godheid, …)
  • Waartoe word je gered? Wat is het doel?

Als je dit leest, wordt direct duidelijk dat het christendom van Paulus precies past bij het wereldbeeld waarin de Gnostiek opbloeide en dat Paulus in zijn brieven steeds opnieuw de genoemde drie vragen beantwoordt:

1. Waarvan word je gered?
Paulus benadrukt dat mensen worden gered van zonde, dood, Gods toorn en de wereldbeheersers van deze duisternis:

Romeinen 3:23-24:

Allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Romeinen 6:23:

Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegift van God is eeuwig leven in Christus Jezus, onze Heer.

Efeziërs 6:12:

Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

Kolossenzen 1:13:

Hij heeft ons verlost uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van zijn liefde.

Kolossenzen 2:15:

Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld, en over hen getriomfeerd door het kruis.

2. Door wat of wie word je gered?
Paulus stelt dat de redding plaatsvindt door Jezus Christus. De cruciale middelen voor redding zijn het geloof in (het offer van) Christus, het inzicht in het geheimenis van Christus en de genade van God. Het is Christus die de mensheid verlost door zijn offer. De volgeling volgt hem daarin door deel te nemen aan de rituelen en door een leven van opofferering:

1 Korinthiërs 15:3-4:

Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb: dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is ten derde dage, naar de Schriften.

Efeziërs 3:3-6:

Mij is door openbaring het geheimenis bekendgemaakt, zoals ik hiervoor in het kort heb geschreven. Door dit te lezen kunt u mijn inzicht in het geheimenis van Christus begrijpen, dat in andere geslachten niet bekend is gemaakt aan de mensenkinderen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie.

Efeziërs 2:8-9:

Want door genade bent u behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.

3. Waartoe word je gered? Wat is het doel?
Paulus leert dat de verlossing leidt tot eeuwig leven, gerechtigheid, gemeenschap met God, en deelname aan Gods Koninkrijk. Het uiteindelijke doel van de redding is een eeuwig leven in relatie met God en deelname aan de heerlijkheid van Christus.

Romeinen 8:29-30:

Want hen die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd om gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Filippenzen 3:20-21:

Want ons burgerschap is in de hemelen, vanwaar wij ook de Heiland verwachten, de Here Jezus Christus, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan zijn verheerlijkt lichaam.

Paulus’ theologie sluit inhoudelijk dus niet alleen sterk aan bij de hellenistische voedingsbodem die aan Hermetisme en Gnostiek ten grondslag lag, maar ook al bij de gnostische roep om redding uit de “gevallen” toestand en de verheerlijking als bestemming. Wel gebruikt hij zijn eigen, uniek-joodse kaders (zonde, Christus als redder, eschatologisch doel, genade) en ziet hij de verheerlijking niet als iets wat in het heden bereikt kan worden. Daardoor is hij geen pure gnosticus.

Gnostisch christendom

In de eerste eeuw ontstonden verschillende joods-hellenistische groepen die Jezus interpreteerden in het licht van geheime kennis (gnosis). Deze groepen geloofden dat de mens een goddelijke vonk in zich draagt die door inzicht en innerlijke verlichting kan terugkeren naar de ware God, los van de materiële wereld, die als gebrekkig of zelfs kwaadaardig werd gezien. Christus werd geïnterpreteerd als degene die het goddelijke licht of de Logos aan de mens openbaart. Zo ontstonden er nieuwe samensmeltingen van de Joods-apocalyptische Jezusbeweging met hellenistische filosofie, Hermetica, mysterieculten én de Gnostiek. De verschillende groepen die hieruit voortkwamen noemen we samen het gnostisch christendom. De latere orthodoxie nam later afstand van deze groepen, maar is er ook door beïnvloed.

De Mandaeën

De Mandaeën zijn een kleine, nog bestaande religieuze gemeenschap met wortels in het Mesopotamische en Perzische gebied, die waarschijnlijk teruggaat tot het begin van de 1e eeuw. Het is geen christelijke gemeenschap: Johannes de Doper wordt als profeet vereerd en Jezus speelt in hun traditie nauwelijks een rol. Het ritueel van de doop is centraal in hun religie.

De gemeenschap was waarschijnlijk oorspronkelijk een Joods-apocalyptische, ascetische gemeenschap die in de Romeinse en Perzische wereld later gnostische ideeën over kosmos, dualisme en verlossing heeft opgenomen. In ieder geval werd hun leer een gnostisch georiënteerde leer waarin Gnosis van de hogere goddelijke wereld essentieel is voor verlossing.

De Sethiaanse gnostiek

Vanaf het einde van de 1e eeuw ontstond de Sethiaanse gnostiek. De beweging lijkt te zijn ontstaan in Egypte of Syrië, waarschijnlijk in een joods-hellenistische omgeving vergelijkbaar met die van Alexandrië, waar het Hermetisme ook opkwam. Sommige teksten uit deze gemeenschap (zoals in het Apocryphon van Johannes) dateren mogelijk van vóór het Evangelie van Johannes. Ook hier komen we taal en thematiek tegen als Logos, Licht, Leven, waarachtige kennis, maar met een duidelijk gnostische verlossingsleer: de verlossing is mogelijk door kennis van de goddelijke oorsprong van de mens en het ontwaken uit de onwetendheid die de zielen gevangen houdt in de lagere, door de Demiurg geschapen wereld.

De beweging bleef bestaan in kleine groepen in Egypte en Syrië tot ca. de 4e eeuw. Daarna verdween ze vooral door kerkelijke vervolging waarbij hun initiatieteksten werden afgenomen en vernietigd.

De Valentiniaanse gnostiek

Rond het midden van de 2e eeuw ontstond ook de “school” van Valentinus (ca. 100-160 nC). Hij had een school of kring van volgelingen die zijn gnostische leringen ontvingen. Hij gebruikte termen als Christus, Logos, genade, geloof, geloofsvolheid. Belangrijke geschriften die in deze stroming zijn ontstaan, zijn het Evangelie van Waarheid, Verhandeling over de Opstanding en de Brief aan Rheginus. De valentiniaan Theodotus leerde, dat de doop en het inzicht in de zin van de menselijke existentie de mens van het noodlot bevrijden:

“Overigens is het bad (van de doop) niet het enige dat bevrijdt, maar dat doet ook de Gnosis, de kennis wie wij waren en wat wij geworden zijn, waar wij waren en waarin wij geworpen zijn, waarheen wij ons spoeden en waarvan wij verlost worden, wat de geboorte is en wat de wedergeboorte.”

Clemens van Alexandrië, Exerpta ex Theodoto, 87, 2

Valentiniaanse gemeenschappen bleven actief tot ca. de 4e–5e eeuw in Rome en Alexandrië en werden geleidelijk verdrongen door orthodoxe invloed.

De belangrijkste bronnen voor kennis over het Sethiaanse en Valentiniaanse gnostische christendom zijn de geschriften die gevonden zijn in Nag Hammadi.

De Marcionistische gnostiek

Marcion (ca. 85–160 n.Chr.) wordt door veel wetenschappers gezien als een proto-gnosticus. Marcion was sterk geïnspireerd door Paulus’ ideeën over genade en verlossing door Christus en door geloof, los van de wet, verborgen wijsheid en innerlijke transformatie. Hij had net als Paulus een dualistisch wereldbeeld, maar ging een stap verder: Hij maakte scherp onderscheid tussen de strenge, wettische God van het Oude Testament en de barmhartige, liefdevolle God van Jezus. De God van Jezus was volgens hem de Ene, hoogste God, waarover ook de Joods-hellenistische mystiek (o.a. het Hermitisme) sprak.

Ten opzichte van de Sethiaanse en Valentiniaanse gnostiek was hij minder mystiek en meer rationeel. Marcion maakte zijn eigen canon die beperkt was tot tien “brieven van Paulus” en een versie van het Lukas-evangelie. Marcionitische gemeenschappen bleven zelfstandig bestaan tot in de 4e–5e eeuw in sommige delen van het Romeinse Rijk. Uiteindelijk verdwenen ze onder druk van de groeiende orthodoxe kerk en de officiële canonvorming.

Het Manicheïsme

Het Manicheïsme is een gnostische beweging die in Perzië gesticht werd door Mani (ca. 216–274 nC). Zijn leer was een synthese van christelijke, joodse en zoroastrische elementen, aangevuld met gnostische ideeën. Hij leerde een radicaal dualisme met een eeuwige strijd tussen Licht en Duisternis. Het menselijke doel is de bevrijding van het lichtdeeltje in de materie door kennis, ascese en rituelen. De beweging verspreidde zich snel van Mesopotamië naar het Middellandse Zeegebied, Noord-Afrika en zelfs China. Sommige gemeenschappen bleven bestaan tot ca. 10e–11e eeuw, vooral langs de Zijderoute.

Door de geschiedenis heen bleven af en toe gnostisch-christelijke bewegingen opkomen zoals de Bogomielen (10e-13e eeuw) en de Katharen (12e-13e eeuw). In de Renaissance kwam het weer op in de Theosofie en in de 19e en 20e eeuw in de Moderne Theosofie van Helena Blavatsy en de Antroposofie van Rudolf Steiner. Hierover lees je meer op de pagina De Christus-mythe en ik.

Mysteriereligies

Naast meer filosofische synthesen tussen Joods, Egyptisch, Perzisch en hellenistisch denken en de opkomst van het Hermetisme en de Gnostiek, bestonden in het Griekse en later Romeinse rijk allerlei “mysteriereligies”. Een mysteriereligie is een religieus systeem dat draait om rituelen en/of mystieke kennis (“mysteriën”) die alleen voor ingewijden toegankelijk zijn. Deze rituelen en kennis werden meestal niet naar buiten gebracht en waren dus “geheim”. Deze religies waren gebaseerd op persoonlijke spirituele ervaringen (en dit zien we ook bij Paulus) en beloofden een speciale connectie met het goddelijke en vaak een beter leven na de dood (als beter alternatief ten opzichte van het huidige leven, passend bij het hierboven beschreven Gnostische wereldbeeld). Mysteriereligies waren populair in de antieke wereld, vooral in het Griekse en later Romeinse rijk.

Paulus schrijft in zijn brieven verschillende keren over het “geheim” of het “mysterie” van zijn evangelieboodschap:

Kolossenzen 1:26-27:

“Het geheimenis dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan zijn heiligen. Aan hen heeft God willen bekendmaken hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen is: Christus in u, de hoop op de heerlijkheid.”

1 Korinthiërs 2:7:

“Maar wij spreken de wijsheid van God, als een geheimenis, de verborgen wijsheid die God tevoren bepaald heeft vóór alle eeuwen tot onze heerlijkheid.”

Ik wil hiermee niet zeggen, zoals sommige schrijvers 7 wel hebben gedaan, dat we het christendom van Paulus volledig kunnen definiëren als mysteriereligie. We weten weinig van de meeste mysteriereligies, juist omdat hun leer en rituelen geheim waren, en hoewel Paulus over het “geheim” en het “mysterie” schrijft, hield hij zijn boodschap niet verborgen. Enkele gnostisch-christelijke sekten zou je overigens wel als “mysteriereligieus” kunnen zien.

Overeenkomsten in mythische voorstellingen

We vinden in de mysteriereligies die in de eerste eeuw populair waren de nodige overeenkomsten in woorden en beelden met het christendom van Paulus en latere theologen. Vermoedelijk hebben sommige schrijvers van het Nieuwe Testament (met name Paulus) willen aansluiten bij bestaande voorstellingen.

Dood en opstanding

In veel antieke culturen hing de dood en opstanding van de godheid samen met de zonnewende en de seizoenen: het sterven van de godheid symboliseerde de zonsondergang en/of het terugtrekkende zonlicht en het verval van de natuur in de herfst en winter. De opstanding symboliseerde de zonsopkomst en/of de zonnewende waarna het licht weer sterker werd en de natuur ‘herboren’ werd in de lente.

De oudste gedocumenteerde voorbeelden van mysteriereligie zijn de cultus van Inanna en Dumuzi (of Ishtar en Tammuz) uit de Mesopotamische (Soemerische) mythologie, de cultus van Baal en Anat uit de Kanaänitische en Fenicische mythologie, en de cultus van Marduk (ook Bel of Baäl = HEER) uit de Babylonische mythologie. Al deze culti kenden opstandingsverhalen.

De cultus van Inanna

Uit de zeer oude cultus van Inanna komt een geschrift met de naam “Nederdaling van Inanna”. Hierin zien we eenzelfde herhalend patroon van nederdaling als in de “Hemelvaart van Jesaja” 8. Inanna daalt af voorbij de aarde door zeven niveaus van het dodenrijk, haar lagen afleggend tot zij naakt en kwetsbaar is, om daar vernederd, veroordeeld en gedood te worden door demonen en de goden van het dodenrijk. Ze wordt aan een pin aan de wand gehangen. Drie dagen later komt haar dienares haar helpen en keert zij terug naar de hemel (ze wisselt van plaats met Dumuzi /  Tammuz). Net als in de “Hemelvaart” wordt eerst het plan beschreven en daarna de uitvoering volgens plan 9.

De cultus van Osiris

Een ander bekend voorbeeld is Osiris, de Egyptische godheid. Osiris was symbolisch verbonden met de zon. In een mythe sterft Osiris en wordt zijn lichaam verdeeld zodat het land zich ermee kan voeden. Hieronder meer over de cultus van Osiris.

De Egyptenaren vierden dit met veel ceremonieel: het lichaam van Osiris werd in een processie symbolisch naar zijn graf gebracht; op eerste dag na zijn begrafenis werd er gerouwd om Osiris, op de dag erna werden begrafenisriten uitgevoerd, en op de derde dag werd Osiris tijdens de dageraard herboren en als grote overwinnaar gekroond.

De “geheime” rituelen (lees: voor ingewijden) rond Osiris waren bedoeld om spirituele verlossing en eeuwig leven te brengen voor de ingewijden.

De cultus van Zalmoxis

Zalmoxis was een god of een halfgod uit de religie van de oude Daciërs en Thraciërs (volkeren uit het gebied dat nu Roemenië en Bulgarije is). Volgens Herodotus werd Zalmoxis gezien als de godheid die de Daciërs onderwees over het leven na de dood. Zijn cultus draaide om onsterfelijkheid en wedergeboorte na de dood, met trekken die aan de Griekse mysteriereligies doen denken.
De religie omvatte ook rituelen waarbij communicatie met de god of godheid plaatsvond. Ook deze rituelen waren “geheim” en werden alleen door ingewijden begrepen. Door de rituelen en initiaties zouden de ingewijden onsterfelijkheid verkrijgen.

De cultus van Attis

Rond de Frygische god Attis, geboren uit de moedermaagd Nana of Cybele ontstond na 50 vC een mysteriereligie in Rome en Klein-Azië. De latere Romeinse rite van Attis was een ritueel om zijn sterven en opstanding te vieren. Deze bestond uit vier dagen: op 22 maart werd een naaldboom, symbool van Attis’ dood, in processie binnengehaald en werd een beeld/pop van Attis aan de naaldboom gebonden en in een graf gelegd; op 23 maart volgde een dag van rouw; op 24 maart, de Dies Sanguinis, treurden en offerden de priesters; en op 25 maart, de Hilaria, werd zijn opstanding en de herleving van de natuur feestelijk gevierd.

Dit vertoond veel overeenkomsten met het christelijke Pasen, maar mogelijk is de beïnvloeding andersom of wederzijds, aangezien bronnen pas na 200 nC over deze rite schrijven. Toch laat ook deze mysteriereligie zien dat het vieren van een opstanding van een godheid en de belofte van wedergeboorte en verlossing voor ingewijden al ruim vóór het christendom levend was in het Romeinse rijk.

De cultus van Mithras

De grootste overeenkomst in beelden en woordgebruik met het christendom van Paulus vinden we in de religie rond Mithra(s). Ook Mithra werd met de zon geassocieerd. Mithra is afkomstig uit het Perzische Zoroastrisme, maar werd populair in de Grieks-Romeinse wereld als Mithras.

Opvallende overeenkomsten tussen het Mithraïsme en het christendom:

  • Mithras werd volgens de mythe geboren, reisde vervolgens een tijd lang, leed en stierf uiteindelijk, om vervolgens weer te herrijzen. Mithras verliet de aarde en steeg op naar de hemel in de strijdwagen van de zonnegod.
  • Mithras verliet de aarde en steeg op naar de hemel in de strijdwagen van de zonnegod.
  • Mithras werd het “Licht van de Wereld” genoemd.
  • Mithras werd gezien als Zoon van de hoogste God (Ahura-Mazda). Hij was onderdeel van een goddelijke drie-eenheid. Er zijn zelfs aanwijzingen dat Anahita (het Moeder-aspect in de drie-eenheid) gezien werd als een maagd.
  • In Mithras-mysteriën is een centraal motief het stierenoffer, waarbij Mithras een stier doodt. Dit stierenbloed werd symbolisch gezien als bron van leven en kracht.
  • De dood van Mithras werd gevierd met een ceremonie met brood en wijn. Vergelijk dit met 1 Kor 11:24: “Dit is mijn lichaam” en Joh 6:53 – 55: “Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank.” Dit is een duidelijke verwijzing naar de rituelen van mysteriereligies.
  • De Mithras-cultus had initiatieriten waarbij nieuwe leden symbolisch werden “wedergeboren” als onderdeel van hun inwijdingsproces. Deze initiaties vonden plaats in speciale Mithraea, de heilige ruimtes gewijd aan Mithras. Hierbij pasten ze waarschijnlijk een waterdoop toe. In sommige Mithraea zijn bassins of waterbekkens gevonden, waarschijnlijk gebruikt voor rituele reiniging van initianten. Deze rituelen stonden in het teken van wedergeboorte en zuivering.
  • Sommige bronnen suggereren dat de cultus geloofde in een soort beloning en straf na de dood.

De Perzische aanbidding van Mithra waaierde uit naar het Romeinse Rijk, waar het een belangrijke mysteriereligie voor ingewijden werd rond de god Mithras. Als Paulus werkelijk uit Tarsus (Klein-Azië) kwam, is het heel waarschijnlijk dat hij daar met het Mithraïsme in aanraking is geweest 10. Het christendom leek qua leer en rituelen zelfs zo sterk op het Mithraïsme dat al in die tijd de vergelijking vaak gemaakt werd.

Behalve de Mithras-cultus hebben ook andere elementen uit het Zoroastrisme, waarschijnlijk via het Jodendom en via gnostische stromingen, bijgedragen aan ideeën die terug te vinden zijn in het vroege christendom. Tjarko Evenboer zegt hierover: ”Grappig genoeg verklaart het ook een vaak over het hoofd gezien feitje: het evangelie van Matteüs laat Jezus bezocht worden door wijzen uit het Oosten die op zoek gingen naar de nieuw geboren koning. Deze ‘wijzen’ waren volgens de schrijver van het evangelie ‘magoi’, ofwel magiërs – de benaming van priesters in het Zoroastrisme.”

Overige mythische voorstellingen

De cultus van Dionysus

Ook de cultus van Dionysus (de Griekse god van wijn, extase en vruchtbaarheid; ook bekend als Bacchus in de Romeinse traditie) had mysteriereligieuze aspecten. De Bacchische of Dionysische mysteriën waren rituelen waarbij extase, transformatie, en de bevrijding van de ziel centraal stonden.

In sommige Dionysus-tradities wordt Dionysus de “Ware Wijnstok” genoemd. Het beeld van de wijnstok wordt gebruikt om spirituele en mystieke betekenissen over te brengen, waaronder verbondenheid, vruchtbaarheid en de bron van leven.

In het artikel Grieks-romeinse culten aan de oorsprong van het christendom? ga ik verder in op de overeenkomsten tussen de rituelen van de Dionysus-cultus en christelijke rituelen.

Apollo: het Licht van de wereld

In de Griekse mythologie werd Apollo vereerd als een god van onder andere licht, muziek, genezing en profetie. Zo werd Apollo soms het “Licht van de Wereld” genoemd. Apollo was ook de god van genezing (via zijn zoon Asklepios). Hij schonk inzicht en herstel aan wie hem volgde. Apollo was de stem van goddelijke kennis en werd vereerd als een god van zuiverheid: overtreding vereiste reiniging.

Ook deze woorden en beelden zien we terugkomen in het christendom.

Het is niet waarschijnlijk dat al deze mythische voorstellingen rechtstreeks invloed gehad hebben op het christendom, maar Paulus leefde en schreef wel in deze context. Zijn taal over “met Christus sterven en opstaan”, “het mysterie van Christus” en “nieuw leven in de Geest” sluit aan bij deze religieuze symboliek, al geeft hij er een eigen, joods-apocalyptische betekenis aan. Hetzelfde zien we bij het Johannesevangelie (“Licht van de Wereld”, “Ware Wijnstok”) en de Alexandrijnse theologen (Clemens van Alexandrië en Origenes).

Overeenkomsten in aard en rituelen van de gemeenschap

In het artikel Grieks-romeinse culten aan de oorsprong van het christendom? behandel ik een aantal concrete voorchristelijke mysterieculten die niet alleen qua geloofsvoorstellingen maar ook qua aard en rituelen overeenkomsten hebben met het christendom en waarschijnlijk invloed hebben gehad op de aard en rituelen van de latere hellenistische “christelijke gemeenten”.


  1. Van den Broek, R., & Quispel, G. (1996). Corpus Hermeticum. Ingeleid, vertaald en toegelicht. Amsterdam: In de Pelikaan. ↩︎
  2. Idem, p. 149. ↩︎
  3. Festugière, A.-J. (1944–1954). La Révélation d’Hermès Trismégiste (Vols. 1–4). Les Belles Lettres. ↩︎
  4. Fowden, G. (1986). The Egyptian Hermes: A historical approach to the late pagan mind. Cambridge University Press. ↩︎
  5. Goodenough, E. R. (1935). By light, light: The mystic gospel of Hellenistic Judaism. Yale University Press. ↩︎
  6. Waarschijnlijk vond de beïnvloeding vanuit het Perzische Zoroastrisme op onder andere de Joodse religie al eerder plaats, namelijk tijdens het Perzische rijk. We zien in de late geschriften van de Hebreeuwse Bijbel en Joodse apocriefe boeken deze invloed al in o.a. dualisme van goed en kwaad (Satan), eschatologie en de strijd tussen engelen en demonen. ↩︎
  7. Bijvoorbeeld:
    Freke, T., & Gandy, P. (1999). The Jesus Mysteries: Was the “Original Jesus” a Pagan God? Harmony Books.
    Harpur, T. (2004). The Pagan Christ: Recovering the Lost Light. Thomas Allen Publishers. ↩︎
  8. De “Hemelvaart van Jesaja” is een van oorsprong joods apocrief geschrift uit de 1e eeuw vC, dat waarschijnlijk werd uitgebreid in de christelijke kerk tussen de 3e en 4e eeuw nC.  ↩︎
  9. Carrier, R. (2014). On the historicity of Jesus: Why we might have reason for doubt. Sheffield Phoenix Press. ↩︎
  10. Overigens is het ook goed mogelijk dat Paulus beïnvloed is geweest door de “Apollonius”-traditie rond Apollonius van Tyana, die als Zoon van Zeus werd gezien, genezingen en opwekkingen van doden zou hebben verricht en in de hemel was opgenomen om de pijnen van de mensen te verdrijven. (zie Het raadsel Jezus). ↩︎